Uitleg

van Stichting Op Maat Plaats een reactie

Wat zijn leereenheden?

Wat kun je met deze leereenheden?

Wat voor soorten leereenheden heeft Op Maat?

Welke oefenvormen worden aangeboden in Op Maat?

Wie maakt deze leereenheden?

Wat zijn leereenheden?

Leereenheden in Op Maat zijn pakketjes met een verzameling foto’s,picto’s, filmpjes, gesproken en/of geschreven tekst die gebaseerd zijn op een thema of leerdoel.

De maker van de leereenheid bepaalt zelf de inhoud en het leerdoel.
Iedere leereenheid is een op zichzelf staande leeractiviteit. Meerdere leeractiviteiten met hetzelfde leerdoel kunnen gebruikt worden binnen een leerarrangement.

Wat kun je met deze leereenheden?

Deze leeractiviteiten kun je “plakken” in de Speler van Op Maat. Dit kan op twee manieren:

  • Rechtstreeks vanaf de website

Klik op de naam van de leereenheid die je wil gaan gebruiken.
Klik vervolgens op de knop Online afspelen rechts op de pagina.
Klik op Speler starten en het programma start met de door jou gekozen leereenheid.

  • Download de leereenheid naar je computer en speel hem af in de Speler.

Om dit te kunnen dien je de Op Maat speler op je computer geïnstalleerd te hebben. Je kunt deze Speler downloaden wanneer je jezelf op de site hebt geregistreerd.

Wat voor soorten leereenheden heeft Op Maat?

Binnen Op Maat maken we gebruik van zes werkvormen. Deze zes verschillende werkvormen, ook wel formats van Op Maat Eduware bepalen op welke wijze met de leerstof wordt geoefend. Elk format bevat 3 of 4 verschillende soorten oefeningen met dezelfde leerinhoud. Een uitzondering vormt het digitale prentenboek. Daar wordt steeds op één manier mee gewerkt.

1. Digitaal Verhaal

De leerling krijgt een videofragment of een schermvullende afbeelding te zien en een bijbehorend geluidfragment te horen. Pas als het geluidfragment (of de video) is afgelopen kan de leerling doorklikken naar de volgende bladzijde. Een beloningenpakket met zogenaamde ‘attentieplaatjes’ kan gebruikt worden om de aandacht te trekken als de leerling door moet klikken.

2. Vergelijken

Het gaat er om dat de leerling een opdracht hoort en daarbij de juiste afbeelding moet zoeken.
De leerling moet een afbeelding zoeken bij een opdracht. Er zijn vier oefenvormen (1, 2, 3 en 4).

3. Lezen

Het gaat er om dat de leerling een opdracht hoort en daarbij de juiste naam/tekst of een ‘combikaart’ (een afbeelding met daaronder het woordje) moet zoeken. Er zijn vier oefenvormen (1, 2, 3 en 4).

4.
Combineren

Hierbij kunnen combinaties worden geoefend, zowel twee afbeeldingen die bij elkaar horen als een geluidsfragment dat bij een afbeelding hoort. Er zijn drie oefenvormen (1, 5 en 6).

5. Rubriceren

Een aantal getoonde afbeeldingen moet in rubrieken gesorteerd worden. Er kunnen 2, 3 of 4 rubrieken worden toegevoegd. Er zijn vier oefenvormen (1, 7, 8 en 9).

6. Volgorde

In dit format staat het oefenen van logisch rangschikken centraal. Er kunnen één of meerdere ‘reeksen’ opgenomen worden binnen een Volgorde pakket. Er zijn drie oefenvormen (1, 10 en 11).

7. Puzzelen

In dit format moeten uitgesneden delen weer in het geheel geplaatst worden.  De niveaus variëren van 1 stukje in de puzzel zetten tot een volledige puzzel maken.  Er zijn vier oefenvormen (1, 2, 12, 13)

Welke oefenvormen worden aangeboden in Op Maat?
Bovenvermelde nummers van oefenvormen corresponderen met de onderstaande oefenvormen.
1. Digiboek

Dit is een inprentingoefening. De leerling ziet de afbeelding en hoort de benaming.
2. Welke is goed

De leerling ziet in het midden van het scherm een groot woord/combikaart. Daaronder staan kleinere woordjes of combikaarten, waarvan er één overeenkomt met de grote. De leerling moet deze aanklikken. Auditieve ondersteuning is mogelijk.  Hierbij is de mogelijkheid elke opdracht door een kleine beloning te laten volgen. Er is de mogelijkheid tot bijhouden van een score. Na de opdrachten volgt een eindbeloning.
3. Lotto

De leerling wordt gevraagd het juiste woordje/combikaart aan te klikken. Hierbij is de mogelijkheid elke opdracht door een kleine beloning te laten volgen. Er is de mogelijkheid tot bijhouden van een score. Na de opdrachten volgt een eindbeloning.
4. Zoek dezelfde

Dit is een open memorie met 4 varianten. Je kunt dezelfde woordjes bij elkaar zoeken, het geluid bij het woord zoeken, het plaatje bij het woord en het woord bij een alternatief (bijv. woord waarvan aantal letters ontbreken). Hierbij is de mogelijkheid elke opdracht door een kleine beloning te laten volgen. Na de opdrachten volgt een eindbeloning.
5. Waar hoort  het bij

De leerling ziet in het midden van het scherm een groot plaatje. Daaronder staan kleinere plaatjes, waarvan er één de juiste combinatie vormt met de grote. De leerling moet deze aanklikken. Auditieve ondersteuning is mogelijk. Hierbij is de mogelijkheid elke opdracht door een kleine beloning te laten volgen. Er is de mogelijkheid tot bijhouden van een score. Na de opdrachten volgt een eindbeloning.

6. Wat hoort bij wat

Deze oefenvorm kent twee varianten. De leerling zoekt steeds twee plaatjes bij elkaar die een juiste combinatie vormen. Als dit juist gebeurt, komt de betreffende combinatie schermvullend in beeld. Bij de tweede oefenvorm zoekt de leerling het juiste geluid en plaatje bij elkaar. Anders dan bij oefenvorm 4 kunnen de plaatjes wel hetzelfde vertegenwoordigen, maar een verschillende weergave hebben. Na de opdracht volgt een eindbeloning.
7. Oefenen

Dit is een inprentingoefening waarbij alle begrippen (per rubriek) voor de sorteeroefening (8) geoefend kunnen worden.
8. Sorteren

De leerling moet voorwerpen rubriceren in categorieën. Hierbij is de mogelijkheid elke opdracht door een kleine beloning te laten volgen. Er is de mogelijkheid tot bijhouden van een score. Na de opdrachten volgt een eindbeloning.
9. Kwis

Een speelse oefening waarbij in een rubriek de getoonde plaatjes ondergebracht moeten worden. Hierbij is de mogelijkheid elke opdracht door een kleine beloning te laten volgen.
10. Tovertekening

Door met de ingedrukte muisknop over een gekleurd vlak te bewegen wordt de afbeelding van de reeks zichtbaar. Tenslotte volgen de afbeeldingen in de juiste volgorde.
11. Volgorde

De foto’s van een onderwerp moeten in een logische volgorde geplaatst worden. Na de opdracht volgt een eindbeloning.
12. Zoek puzzel

De uitgesneden stukjes (insets) moeten teruggeplaatst worden in de puzzelplaat.
13. Legpuzzel


De puzzelplaat is gelijk verdeeld in stukken afhankelijk van de moeilijkheidsgraad en moet weer gemaakt worden. 

Wie maakt deze leereenheden?

Iedereen kan een leereenheid maken. Daarvoor heb je het programma Op Maat Wizard nodig. Dit programma kun je vanaf deze site downloaden.
Het maken van een leerpakket omvat een aantal fasen, die elk een bepaalde tijdsinvestering van de maker vragen. Het ontwerpen van het inhoudelijke deel, het vormgeven en het verzamelen van beeld- en geluidsmateriaal, het uiteindelijke samenstellen met de Op Maat Wizard en het koppelen van een leerpakket aan het profiel van een leerling vragen inspanning. Door de gestructureerde opbouw van de Op Maat Wizard zal dit echter steeds minder tijd gaan kosten, naarmate de leerkracht meer routine krijgt in het ontwerpen en maken van Op Maat leerpakketten.


Discussie

Geen reacties op “Uitleg“

Plaats een reactie

*